Overval Maasbruggen

Hoofdstuk 8

Venlo 10 mei 1940
overval maasbruggen

(Overval Maasbruggen). Bij de overval op de Maasbruggen bij Venlo op 10 mei 1940, speelde de brigade Venlo een belangrijke rol die uiteindelijk leidde tot het tijdig opblazen van de Maasbruggen. Het tijdig buiten gebruik stellen van deze Maasbruggen had tot doel de Duitse opmars in Nederland te vertragen.

In de morgenuren van de 10de mei 1940 – om precies te zijn om 03.55 uur – begon de Duitse aanval op Nederland. Van de 3 Duitse Divisies, die daarbij tussen Venlo en Mook de Maas moesten overtrekken, was het gros in de afgelopen maanden ingekwartierd in de Landkreis Geldern, het grensdistrict tussen Goch (D), de Nederlandse grens en Kaldenkirchen (D). Dit gebied omvatte het grootste deel van het voormalige Overkwartier van Gelre1, dat pas in 1816 definitief onder Pruisisch bewind was gekomen.

Bij de gebeurtenissen van de meidagen van 1940 was uiteraard ook de Duitse grensbevolking direct en indirect nauw betrokken en in de ‘Geldrische Heimatkalender’ zijn dan ook een aantal publicaties te vinden, waarin streekbewoners verslag doen van de eerste oorlogshandelingen langs de Nederlands-Duitse grens. Zo vertelde Leo Opheys in 1955 over het aandeel dat personeel van de Duitse spoorwegen had in de overval op de Maasbruggen bij Venlo. Als Bundesbahn-amtmann had deze kunnen putten uit de archieven van de voormalige Duitse Reichsbahn en zijn verhaal vormt zodoende een aanvulling op de Nederlandse literatuur over dit wapenfeit. Deze informatie bracht echter ook beperkingen met zich mee en zo bleek uit de bijdrage niet dat ook hier de Duitse militairen, die het opblazen van de Maasbruggen moesten voorkomen, gestoken waren in Nederlandse uniformen. Over dit punt bestaat echter aan de Nederlandse zijde wel degelijk eenstemmigheid.
De oude Maasbruggen te Venlo (Overval Maasbruggen)

Onderstaand als eerste het Nederlandse verslag.
Het verhaal van een waarnemer: “Op een gegeven moment zag ik een in Nederlandse uniform geklede troep2 in de looppas de brug oprennen. Halverwege klom een van hen in de brugspanten omhoog naar een (niet meer gebruik zijnd) ontstekingskastje. Dit was voor de verdedigers het moment de beide bruggen te laten exploderen. Hierbij sneuvelde de hele ‘overvalploeg’”.

Het verhaal van nog een waarnemer: “De ontsteking van de ladingen voor de naast elkaar gelegen spoorbrug en de brug voor gewoon verkeer, kon hier langs elektrische weg plaatsvinden uit de in het verlengde van de brug gelegen rivier kazemat3, die bezet was door het ’Korps Politie Troepen’. Op de bruggen was bovendien een ‘infanterieafdeling’ van 60 man aanwezig. Toen de commandant van het ‘Korps Politie Troepen’, sergeant-majoor Delissen, vernam dat er in de Kapellerlaan te Roermond was gevochten, heeft hij alle ladingen en leidingen en het ‘ontstekingskastje’ persoonlijk gecontroleerd. Even later, vermoedelijk om 04.00 uur, reed een Duitse pantsertrein het station van Venlo binnen, wat aan de brugbezetting werd gemeld. Te Venlo was een wissel zodanig vastgezet, dat binnenrijdende treinen in een opengezette draaischijf zouden derailleren. Maar de Duitsers wisten blijkbaar alles, want de trein stopte vóór de wissel, die met gereedschappen in de goede stand werd gebracht. Sergeant-majoor Delissen droeg nu de commandant van de ‘rivierkazemat’, de sergeant van het ‘Korps Politie Troepen’, Boeser, op het ‘ontstekingskastje’ te openen. Hij wilde dit doorgeven aan de brug-, de Compagnie- en de Bataljonscommandanten. Echter toen hij deze niet bereiken kon, droeg hij Boeser op de brug te laten springen, zodra daarop vijandelijke troepen of voertuigen zouden verschijnen. Boeser zag te 04.15 uur, dat een aantal ‘Nederlandse militairen’ met de handen in de hoogte zeer ordelijk in de looppas de brug op kwam lopen en dat één persoon omhoog klom naar het ‘ontstekingskastje’, waarmee vroeger de brugvernieling tot stand werd gebracht (Men had dit kastje en de ontstekingleidingen willens en wetens laten zitten ter misleiding van een eventuele overvaller). Boeser aarzelde niet, drukte op de knop en zond met de beide bruggen de gehele Duitse ‘overvalploeg’ de lucht in. Het was toen 04.17 uur. Later kreeg sergeant Ph. C. Boeser hiervoor de Bronzen Leeuw4.

Het Duitse verslag.
Een relaas dat aan de aanval is voorafgegaan. “Vanaf 19 januari 1940 stond op het spoorwegemplacement Krefeld Hauptbahnhof een reserve treinstel, bestaande uit een locomotief en een goederenwagen, met het daarbij behorende personeel op afroep gereed. In de namiddag van 9 mei 1940 kwam het bevel: “Om 21.50 uur vertrekken van Krefeld Hauptbahnhof, voor dienst van onbepaalde tijdsduur”. Voor de bediening van de locomotief werden de reservemachinisten Schlippes en Gentges van het emplacement Krefeld Hauptbahnhof aangewezen en als treinpersoneel de conducteurs Elbers, Kammann en Herges. Bovendien werd de tocht meegemaakt door de chef van het machinepark Krefeld, Reichsbahn-oberrat Keller. De reis ging eerst naar Kempen (D) waar een trein, bestaande uit gesloten goederenwagons en 3 platte open wagons, opgehaald werd, om vervolgens naar Lobberich (D) te rijden waar men te 23.10 uur arriveerde. Hier werd de trein opnieuw samengesteld, terwijl het spoorwegpersoneel van een kapitein bevel kreeg naar het station Lobberich te gaan. De deelnemers ontvingen hier een mobilisatiebevel voor de duur van de tocht en ook uniformen van de Wehrmacht, maar geen wapens. Toen dit gebeurd was, zette kapitein Hillesheim, die de leiding van de onderneming had, aan de mannen uiteen wat er zou gaan gebeuren. Op 10 mei 1940 om 05.35 uur moest de trein met een stoottroep5 van ongeveer 100 man de Nederlandse grens overschrijden en proberen via het station van Venlo de brug over de Maas te bereiken. De bedoeling was te verhinderen dat de brug vernield zou worden.

Na een toespraak door de commandant van het betreffende Bataljon, Oberstleutnant Meyer, konden de spoormannen weer naar hun trein gaan. De volgende ochtend om 04.45 uur vertrok de trein, waarop nu machinegeweren waren aangebracht, uit Lobberich en passeerde na een kort oponthoud te Kaldenkirchen (D) om 5.35 uur de Nederlandse grens. Om de Maasbrug te bereiken moest nu over spoor 1 van Venlo-Station worden gereden, maar vlak voor de locomotief was de elektrische wissel overgezet op dood spoor. De machinist wist de trein tot staan te brengen en hem enkele wagonlengtes achteruit te zetten. Bovendien bleek spoor 1, dat via Venlo-Station naar de Maasbrug leidde, nog door een locomotief te zijn versperd. Daarom liet kapitein Hillesheim zijn Bataljon uitstappen, terwijl de spoormannen probeerden de wissel met de hand op het doorgaande spoor om te zetten. Intussen was de ‘stoottroep’ al in een gevecht gewikkeld met de Nederlandse brugbewaking, die hevige tegenstand bood. Desondanks slaagden een luitenant en enkele soldaten erin tot de brug door te dringen, maar toen zij halverwege gekomen waren, vloog deze de lucht in en sleurde de mannen van de ‘stoottroep’ mee.
Tijdens de gevechten brachten de spoormannen, door het steeds heviger wordende afweervuur heen, de meegebrachte wapens en munitie naar de voorste gevechtslinie aan de Maasoever en hielpen de soldaten bij de aanleg van hun stellingen. Toen deze dringende taken voltooid waren, bezetten de spoormannen de belangrijkste punten in het station Venlo, dat door de Nederlanders, nadat zij er de telefoonverbindingen hadden vernield, verlaten was en waar alleen de stationschef was achtergebleven.
De volgende uren wisten de spoormannen het telefoonverkeer met het Duitse grensstation Kaldenkirchen te herstellen en de rails naar de brug vrij te maken voor het doorgaande verkeer, waarmee zij rond 08.00 uur klaar waren. In de loop van de dag arriveerde een trein met materiaal voor het herstel van de brug die tot aan het beschadigde gedeelte gedirigeerd werd. Ook in de nacht van 10 op 11 mei 1940 bleven spoormannen alleen in het station Venlo. Met rubber bootjes waagden de Duitsers de overtocht en later werd de oeververbinding hersteld met ‘pontonboten’.
De volgende dag haalden zij in opdracht van de luitenant Hensen, die intussen met zijn pioniers was gearriveerd, vanuit Dülken (D), verder materiaal voor het herstel van de brug en hiermee was hun taak afgelopen. Op 12 mei 1940 te 15.00 uur keerden de 5 spoormannen naar hun punt van uitgang terug, waar zij werden gedemobiliseerd en hun beroepsuniformen weer in ontvangst konden nemen. Vandaar gingen zij terug naar Krefeld”.

Overval Maasbruggen, © 2005 Uitgeverij F.H.J. Schallenberg

Ga verder naar Hoofdstuk 9


Show 5 footnotes

  1. Het door de Pruissen bezette complexe politieke en institutionele territorium over de steden Geldern, Straelen en Wachtendonk, de ambten Geldern, Straelen, Wachtendonck, Krickenbeck – met inbegrip van Viersen en het land Kessel; alsmede de heerlijkheden Afferden, Arcen-Velden-Lomm, Walbeck-Twisteden, Raay en Klein-Kevelaer, Well, Bergen en Middelaar
  2. Groep militairen
  3. Een vestingwerk (bunker) tegen vijandelijk vuur gedekt en van een schietgat voorziene ruimte voor de opstelling van een vuurwapen
  4. De Bronzen Leeuw is na de Militaire Willemsorde de hoogste militaire onderscheiding. Ze werd in 1944 ingesteld en is bedoeld voor militairen, die zich ten behoeve van de Nederlandse Staat, in strijd tegenover de vijand door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden, hebben onderscheiden
  5. Groep militairen die een doorbraak moeten forceren