Johannes (Jan) Zandvliet is geboren te Rotterdam, op 22 december 1918. Hij was de zoon van Eduard Johannes Zandvliet en Antje Koorn. Jan was de oudste uit een gezin van 12 kinderen, negen jongens en drie meisjes. Thuis in het grote gezin werd hij Jo genoemd.

Zandvliet

Jan Zandvliet

In Rotterdam ging Jo naar school en bracht er zijn jeugdjaren door. Vlak voordat de oorlog uitbrak moest Jo voor zijn nummer in militaire dienst. Zijn verzoek om bij het paardenvolk1 te mogen dienen werd ingewilligd en hij werd daarvoor opgeleid te Leiden. Inmiddels kwam de mobilisatie2 op gang. Jo moest zich melden in Opheusden in de Betuwe, dicht in de buurt van de Grebbelinie.3 Hij werd daar ingezet als stukkenrijder4 en moest zorgen voor het transport van munitie.

Toen op 10 mei 1940 de oorlog daadwerkelijk uitbrak, moest deze munitie naar het front worden gebracht. Hij vertelde later dat hij met een wagen over een dijk reed en zwaar onder vuur werd genomen. Een hachelijke situatie, maar gelukkig werd hij en zijn vracht niet getroffen. Toen hij enkele weken later thuis kwam, solliciteerde hij bij de Koninklijke Marechaussee.5 Hij werd aangenomen en werd er wachtmeester. Hij werd gedetacheerd in het zuiden, in achtereenvolgens Swalmen, Best en in Budel-Dorplein. In de oorlogsjaren was hij belast met de grensbewaking aan de zuidgrens met België, in de buurt van het Noord-Brabantse Dorplein (thans gemeente Cranendonck). Hij werkte aan de grenspost “De Kempen”. Gelegen aan de Zuid-Willemsvaart in de buur van Weert (Limburg).

Jo was erg zwijgzaam en uiterst voorzichtig met het vertellen van wat hij precies deed, maar via via wist men toch wel dat hij, samen met anderen, Joden en geallieerde piloten over de grens bracht.
In 1940 hadden de Duitsers zijn geboortestad gebombardeerd en verwoest. Dit was voldoende om te verklaren waarom Jo de doden van zijn geboortestad wilde wreken en zijn vijand te bestrijden die, zonder oorlogsverklaring, met zijn horden onze grenzen overschreed. Op hem werd nimmer tevergeefs een beroep gedaan om het verzet te dienen. Het verzet, het grote werk, dat heel zijn liefde en werkkracht had, vond in hem een toegewijd medewerker, voor wie niets te veel was.
Tijdens de oorlog was Jo verloofd met Marie Bulthuis uit Assen, die ook bij het verzet werkte. Zij vertelde na de oorlog dat zij eens als zogenaamd verliefd stelletje, onder de ogen van de Duitsers, in Weert tekeningen maakten van sluis 16. Deze sluis werd op 25/26 augustus 1944 onklaar gemaakt. Bij deze actie was ook Jo direct betrokken.
Jo was een onverschrokken jongen, die ook wel avontuurlijk aangelegd was. Hij wilde, als de oorlog afgelopen was, het liefst naar Nederlands-Indië, om daar tegen de Jappen te vechten. Helaas heeft hij de oorlog niet overleefd. Na de oorlog kreeg hij van de Belgische regering postuum vier onderscheidingen en zijn ouders ontvingen van onze Koningin een persoonlijke dankbetuiging.

Aan het Ringselven werd hij op 5 september 1944, bruut om het leven gebracht.

Enkele foto’s werden door de familie ter beschikking gesteld.

Terug naar de Sabotageploeg Dorplein

  1. Cavalerie, ruiterij of ruitervolk/paardenvolk is van oudsher de naam voor de militaire eenheid die zich te paard voortbewoog en te paard vocht.
  2.  De term mobilisatie wordt gebruikt om de overgangssituatie tussen vrede en oorlog aan te duiden. Hiertoe behoort ook het oproepen van de militairen die met verlof zijn, het veiligstellen van strategische plekken en het vorderen van voertuigen en voorraden.
  3.  De Grebbelinie was een voorverdediging van de Hollandse Waterlinie, een Nederlandse De Grebbelinie liep door de Gelderse Vallei vanaf de Neder-Rijn bij de Grebbeberg te Rhenen langs het Valleikanaal en de Eem tot aan de Zuiderzee, later het IJsselmeer.
  4.  Belast met het verplaatsen van mobiele geschutstukken (kanonnen).
  5.  De Koninklijke Marechaussee (KMar) is een politieorganisatie met militaire status. Deze wordt beheerd door de Minister van Defensie. Ze is een van de vier krijgsmachtdelen van de Nederlandse krijgsmacht.