Geysteren

Buccaneer XW 532
Geysteren

25 maart 1971

Buccaneer (Geysteren)

Inslagkrater met de nodige brokstukken.

(Geysteren). Met een geweldige klap die tot ver in de omtrek te horen was, is op 25 maart 1971 omstreeks 09.30 uur een Britse straaljager in het open veld tussen Wanssum en Geysteren neergestort en ontploft. Daarbij schoten grote steekvlammen de lucht in terwijl honderden wrakstukken van het totaal uit elkaar gespat vliegtuig naar alle kanten vlogen. Hierbij vonden twee mensen de dood, de 35 jarige gehuwde piloot wingcommander David John Hamish Collins en de 25 jarige ongehuwde navigator flight lieutenant Paul Anthony Kelly, beiden gestationeerd en woonachtig op de vliegbasis Laarbruch (D). Enkele lichaamsdelen van de verongelukte vliegers werden teruggevonden tussen de over honderden meters verspreid liggende geblakerde wrakstukken.

Verspreide Brokstukken (Geysteren)

Verspreide Brokstukken (Geysteren)

Het tweemotorige vliegtuig, een foto- verkenningstoestel van het type Buccaneer, stortte in een bouwland neer op 50 meter afstand van de Wansumseweg, de verbindingsweg Geysteren-Wanssum. Drie Wansumse rozenkwekers , die daar aan het werk waren, kregen de schrik van hun leven. Een van hen liep verwondingen op. Hij werd door een van de rondvliegende wrakstukken in het gezicht getroffen en moest met lichte verwondingen naar het ziekenhuis.

De straaljager was vlak voor het ongeval van de Engelse militaire basis Laarbruch, juist over de Duitse grens, opgestegen en stortte door tot nu toe onbekende oorzaak neer. Dit gebeurde enkele meters vanaf de Maas, net voor een uitloper van de Geysterse bossen.

De grote vraag bij dit ongeval was waarom de beide inzittenden geen gebruik hebben gemaakt van de schietstoelen. Waarschijnlijk hebben de slachtoffers daarvoor geen kans meer gehad, omdat alles zich na de start zo snel heeft afgespeeld. Of zij nog contact hebben gehad met de vliegbasis is niet bekend. Zij waren opgestegen voor een foto-opdracht, maar of zij bestemming Gilze-Rijen en vandaar Engeland hadden, werd niet bevestigd. Het toestel was niet bewapend, maar de geweldige ontploffing is te verklaren door het uiteenspatten van de brandstoftanks onder de vleugels. Door de druk kwam een stuk van het landingsgestel zelfs in het, op enige honderden meters afstand gelegen, bos neer.

Hieronder volgt een korte impressie uit het opgemaakte proces-verbaal.

Brokstukken van het vliegtuig (Geysteren)

Brokstukken van het vliegtuig (Geysteren)

Op 25 maart 1971 omstreeks 09.45 uur werd de brigade geïnformeerd over de crash. De adjudant, Gerard van Berlo, en de Marechaussee der 1e klas, Jan Kessels, werden belast met het onderzoek en constateerden de volgende waarnemingen, geciteerd uit het proces-verbaal van 21 april 1971: “Op het perceel bouwland, gepacht door de Firma G. Wijnhoven en Zonen te Wansum, gelegen ten zuidwesten van- en grenzende aan de Wansumseweg te Geysteren (gemeente Meerlo-Wanssum), kadastraal bekend onder sectie nr. D-494- Wanssum, zag ik op een afstand van ongeveer 30 meter zuidwestelijk van- en nagenoeg loodrecht op genoemde Wansumseweg een ellipsvormige, kratervormige kuil, welke ongeveer 20 meter lang en 9 meter breed was en waarvan de grootste diepte circa 2,50 meter bedroeg. In en om de kuil, over een strook grond van naar schatting 800 meter lang en 400 meter breed lagen honderden grote en kleine, deels geblakerde brokstukken, welke kennelijk afkomstig waren van het neergestorte vliegtuig, in alle richtingen verspreid.
Ook zag ik verschillende menselijke lichaamsdelen, waaronder twee linkerhelften van een menselijk hoofd, twee linkerhanden enz. op tientallen meters van de kuil tussen de wrakstukken op het bouwland liggen. Op een afstand van ongeveer 90 meter zuidelijk van meergenoemde kuil zag ik een landbouwtractor met aanhangwagen op het veld staan. Voorts zag ik dat op het perceel bosgrond, kadastraal bekend onder sectie D-495- Wanssum, in eigendom toebehorende aan Baron G.T.J. Weichs de Wenne, Maasheseweg 4 te Geysteren en dat gelegen is ten zuidwesten van- en grenzende aan het eerder genoemd perceel bouwgrond, verscheidene wrakstukken van grotere omvang, waaronder een straalmotor en het neuswiel van het vliegtuig verspreid lagen, terwijl enige andere wrakstukken in de bomen hingen.

Brokstuk van het landingsgestel (Geysteren)

Brokstuk van het landingsgestel (Geysteren)

Op het perceel weiland in gebruik bij de landbouwer J.P.W. Litjens, wonende te Geysteren, Wansumseweg 2, kadastraal bekend onder sectie nr. D-490-Wansum en dat gelegen is ten noordoosten van genoemde Wansumseweg, zag ik een viertal delen van de staart van het vliegtuig, op een onderlinge afstand van ongeveer 100 meter op het gras liggen.
Door de gearriveerde majoor Sijbers, vliegveiligheidofficier van de vliegbasis Volkel, werd medegedeeld dat het neergestorte vliegtuig een Brits militair vliegtuig was en bemand was met twee personen, die beiden om het leven waren gekomen. Bij navraag bij de ter plaatse aanwezige Britse officier, de flight lieutenant Wilock, gestationeerd op de Britse vliegbasis Laarbruch (D), deelde deze mede, dat het betreffende vliegtuig een tweemotorig Brits fotoverkenningsvliegtuig was van het type Buccaneer gemerkt XW 532 en dat op het ogenblik van de crash bemand was door twee personen te weten: David John Hamish Collins (piloot) geboren te Reading (GB) op 18 juni 1935, gehuwd, wingcommander, gestationeerd op de Britse vliegbasis Laarbruch (D), wonende Officers Married Quarters RAF te Hontington (GB) en Paul Anthony Kelly (navigator), geboren te London (GB) op 2 november 1945, ongehuwd, flight lieutenant, gestationeerd op de Britse vliegbasis Laarbruch (D), wonende Greenfields, Itchen Abbas, Winchester (GB). Laatstgenoemde mededelingen werden later op 25 maart 1971 door de commandant van de Britse vliegbasis Laarbruch (D) per schriftelijke verklaring bevestigd. Verder onderzoek doende heb ik mij gewend tot de terplaatse aanwezige majoor vliegerarts Groesz, chef van de geneeskundige dienst van de vliegbasis Volkel en later tot de gemeentelijke lijkschouwer de arts K.S. Heijs te Meerlo, die van beide inzittenden de zogenaamde desintegratio totalis1 constateerde, als gevolg van de explosie van het vliegtuig.
De stoffelijke resten van de lichamen van beide vliegers zijn na ontvangst van een verklaring van geen bezwaar tegen begraven of verbranding en van geen bezwaar tegen uitvoer naar het buitenland, afgegeven door de officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Roermond, Mr. Bartels.

Van het overlijden van beide personen werd op 26 maart 1971 aangifte gedaan aan de ambtenaar burgerlijke stand van de gemeente Meerlo-Wanssum”.

Maasbree 21 november 1974      Venlo 1 oktober 1980      Terug naar Vliegtuigcrashes

Geysteren, © 2005 Uitgeverij F.H.J. Schallenberg

Ga verder naar Hoofdstuk 13


Show 1 footnote

  1. Totaal uiteengevallen